arrow_drop_up arrow_drop_down

kladpapier gebruiken

Weet je dat je een kladpapier … ?

Mag gebruiken bij alles behalve hoofdrekenen? Tuurlijk weet je dat. Weet je ook dat als je een kladpapier gebruikt je de kans verhoogd voor de juiste antwoord?
Uit een onderzoek van Van Putten & Hickendorff, 2006 is gebleken dat leerlingen deelsommen met grotere getallen net als 8756 : 25 = het eerst uit hun hoofden proberen zonder een kladpapier te gebruiken voor tussennotaties. Meestal gebruiken ze een trucje die ze zichzelf of van anderen hebben aangeleerd. Wanneer je gebruik maakt van trucjes moet je wel even weten dat je trucjes sneller vergeet dan dat je op de juiste manier een rekensom oplost.
Het handige aan een kladpapier is dat jij alle stappen die je neemt in je hoofd kunt noteren op papier. Hier heb je veel meer waarde aan dan dat jij het uit je hoofd zou proberen. Bovendien neem je veel meer risico door het even snel uit je hoofd te doen. De kans dat je slordigheid foutjes maakt is veel groter. Met een kladpapier kun je ook je antwoorden controleren en zie je ook heel snel waar jij de mist in bent gegaan wanneer je antwoord niet met je schatting klopt. Naast dat je minder slordigheid foutjes maakt, train jij je reken skills door te schrijven zoals jij een woordenlijst van 500 woorden makkelijker leert door te schrijven in plaats van door te hardop te herhalen ( dit geldt uiteraard niet voor iedereen ).

En als je geen kladpapier gebruikt dat … ?

Er informatie verloren gaat bij het maken van reken opgave met veel informatie? Wanneer je een rekensom uit je hoofd gaat rekenen terwijl je een optie hebt om een kladpapier te gebruiken lees je de opgave en ga je meteen over tot “hoofd rekenen in je hoofd”. Als je meteen aan de slag gaat met rekenen vang je niet meteen alle informatie op en dan gaat het al mis. Als je leest en je gaat meteen over tot actie heb je de vraag en informatie niet goed genoeg doorgenomen om er nog überhaupt over na te denken in plaats van gelijk te gaan rekenen. De eerste stappen van succesvol rekenen is  de vraag ontleden.

“Mieke krijgt een cadeautje van Teun. Dit cadeautje heeft een lengte van 50 cm en een breedte van 50 cm en een hoogte van 30 cm. Mieke vind hem eigenlijk niet zo mooi want ze dacht dat het 50 bij 50 bij 50 was. Helaas.


Wat is de inhoud van het cadeautje?”

Wat je op je kladpapier schrijft is alles wat relevant is. Je verliest veel meer tijd als je de vraag steeds maar opnieuw leest, omdat je steeds vergeet wat ookal relevant was. En de vraag is “wat is de INHOUD”. Wanneer je al een beetje hebt geoefend of een goede basis hebt dan weet je dat de formule l x b x h is.
In dit geval schrijf je op:

Lengte = 50 cm

Breedte = 50 cm

Hoogte = 30 cm

50 x 50 x 30 =

Nu je de rekensom hebt klaar staan ga je pas over tot actie. Rekenen.

Uit ervaring weet je dat je de nullen kunt wegstrepen en later erbij kunt toevoegen.

5 x 5 x 3 =

5 x 5 = 25

25 x 3 = 75.

75 x 1000 = 75000 cm 3

Stel je voor je besluit om direct over te gaan tot actie zonder tussenstappen te nemen. Is de kans veel groter dat jij de verkeerde informatie gebruikt.
Je pikt eerder “50 bij 50 bij 50” op en ga je het associëren met de inhoud. En laat je de rest van de vraag koud. Globaal gelezen dus.

 kladpapier gebruiken

 

Wiscat training

Wil je nog meer oefenen? Doe dan de rekentoets training. Met de rekentoets training kun je tegen een vergoeding levenslang veel gebruikte onderdelen van de rekentoets oefenen. Op die manier zorg je er voor dat je beter presteert op de rekentoets. Klik hier om verder te gaan.

 

Download de GRATIS oefentoets!