Page content

Hoofdrekenen

Wat gaan we behandelen?

    1. Hoofdreken methodes uitleg
    2. Hoofdreken Tips
    3. Hoofdreken oefeningen
    4. Antwoorden

Hoofdreken methodes uitleg

Hoofdrekenen is een onderdeel waarbij je rekensommen maakt zonder enige hulp. Denk hierbij aan alle tafels, optelsommen en aftreksommen. Je hebt hier natuurlijk methodes voor om het makkelijker uit te rekenen.
Met hoofdrekenen leg je verbanden tussen getallen neer. De getallen hebben vaak een relatie met elkaar, waardoor je methodes en toepassingen bij kunt gebruiken.

Hoofdreken sommen zijn makkelijk als je alle tijd ervoor hebt om het uit te rekenen. Dat is met alles zo. Je krijgt op je rekentoets hoofdreken vragen en deze vragen moet je in een bepaalde tijd maken. Je doel is om de sommen zo snel mogelijk te maken. Hiervoor heb je een aantal efficiënte methodes die je kunt toepassen:

De rijgmethode

Bij de rijgmethode blijft de eerste getal hetzelfde maar de tweede getal ga je ontleden. Dit zodat je het handig kan uitrekenen.

830 – 630 =

800 – 600 = 230

200 – 60 = 140

Je ziet dat ik hierboven de eerste getal hetzelfde heb gelaten maar de tweede getal heb ontleed. Dit doe je zodat je eerst de ronde hele getallen van elkaar kunt afhalen. Dan heb je nog een kleiner getal over en kun je dat op het einde er ook afhalen.

 

rijgmethode optellen

 

De splitsmethode

Bij de splitsmethode worden de beide getallen ontleed. Hiervoor deed je er met 1 getal omdat de som toen korter was. Als je een langere som hebt dan kun je het beste meerdere getallen ontleden.

voorbeeld

825 + 175 + 95 + 5 =

25 + 175 = 200

95 + 5 = 100

800 + 200 = 1000

100 + 100 = 1100

 

splitsmethode optellen hoofdrekenen

 

De handig reken methode

Bij handig reken methode pas je veel handige trucjes toe bijvoorbeeld bij het vermenigvuldigen. Uit het hoofd opnoemen van alle tafels is een onderdeel van de hoofdrekenen, maar meestal gebruikt men hiervoor een handig trucje.

Heb je een rekensom waarbij je het vermenigvuldigt met 10.

63 x 10 = 630

Zoals je ziet is er een 0 toegevoegd bij het getal waarmee je 10 hebt vermenigvuldigd. Aan de uitkomst kun je zien dat x 10 gelijkt staat aan het toevoegen van een 0 bij de getal waarmee je 10 vermenigvuldigd.
Als je een rekensom hebt waarbij je het moet vermenigvuldigen met 100 voeg je er 00 toe. Is de rekensom dat je met 1000 vermenigvuldigt dan voeg je er 000 er aan toe en ga zo maar verder.

Heb je een rekensom waarmee je het deelt door 10.

630 : 10 = 63

Zoals je ziet is er bij de uitkomst een 0 weggehaald. Als je een getal deelt door 10 staat dit gelijk aan het weghalen van een 0.
Als je een getal door 10 moet delen kan het ook zo zijn dat je een komma moet verplaatsen naar links.

63 : 10 = 6,3

Zoals je ziet is er bij de uitkomst geen 0 weggehaald, maar een komma geplaatst/verschoven. Dit gebeurt er wanneer er geen  nullen meer over zijn om weg te halen. Deel je het door 100 dan haal je er 2 nullen weg of verplaats je twee keer de komma naar links.  Het kan ook zijn dat je alle komma’s al hebt verschoven en je kan het niet meer verschuiven dan voeg je er een 0, of een 0,0/0,00 etc bij.

6.3 : 10 = 0.63

0.63 : 100 = 0.0063

Zoals je ziet kan er maar eenmalig een 0, bij komen en vaker ,0.

 

handigrekenen optellen vermenigvuldigen

Hoofdreken Tips

Observeer de rekensom voor dat je gaat uitrekenen

Bekijk de rekensom eerst heel goed en snel. Dan kun je ongeveer al weten wat je ermee moet doen.

De eerste methode dat bij je opkomt is juist

Als je onderdruk staat is de kans dat je gaat twijfelen heel groot. Je wilt natuurlijke goed presenteren en zoveel goede antwoorden hebben als het maar kan. De eerste methode dat bij je opkomt is in de meeste gevallen ook de juiste methode die je kunt toepassen. Dit is relevant als je twijfelt. Weet je zeker dat de andere methode toch de juiste is. Ga er voor en gebruik die methode.

Schrijf je antwoorden zo volledig  mogelijk

Schrijf je antwoorden zo volledig mogelijk op. Niks weglaten. Het kan zijn datje afgerekend wordt op een onvolledige antwoord. Moeten er appels achter zet er appels achter.

Schrijf al je berekeningen op

Laat zien hoe je aan je antwoorden komt. Je kan het net zo goed met een rekenmachine hebben gedaan. Laat zien welke stappen je hebt ondernomen. Dit is  pabo toets. Pabo verwacht dat jij de juiste stappen maakt om aan je berekening te komen. Met een berekening kunnen zij zien hoe je eigenlijk denkt. En of je het efficiënt en snel hebt gedaan of dat je op je eigen manier hebt gedaan.

Sla opdrachten over

Als je vast loopt bij een opdracht sla deze dan over. Je kan het overslaan en later erop terug komen. Je wint er hier alleen maar tijd mee. Als je blijft haken bij een opdracht die je een beetje moeilijk vindt verlies je er alleen maar tijd mee. Om tijd te besparen ga je gewoon verder en kom je op het einde terug.

Hoofdreken oefeningen

Hier volgen er een aantal opdrachten waarbij je kunt oefenen.

  1. 123 + 237 + 8 + 32 =
  2. 884 + 222 =
  3. 2 + 10 – 6 + 44 =
  4. 55 – 23 – 6 – 4 =
  5. 9 + 61 + 8 + 12 =
  6. 562 + 564 + 85 + 46 – 1 =
  7. 9 – 8 + 9 + 10 =
  8. 56 + 55 + 55 + 56 + 8 =
  9. 523 – 23 -100 + 98 – 2 =
  10. 956 : 5 =
  11. 87 : 100 =
  12. 00036 x 1000 =
  13. 589 : 10 =
  14. 10000 : 1000 =
  15. 88 + 2 + 10 + 9 – 55 =

Antwoorden

  1. Antwoord is 400.
    100 + 200 = 300. 23 + 37 = 60 8 + 32 = 40
    300 + 60 + 40 = 400
  2. Antwoord is 1106.
    800 + 200 = 1000. 88 + 22 = 110 4 + 2 = 6
    100 + 110 + 6 = 1106
  3. Antwoord is 50.
    2 + 10 = 12 12 – 6 = 6 6 – 44 = 50
  4. Antwoord is 22.
    6 + 4 = 10 10 + 23 = 33 55 – 33 = 22
  5. Antwoord is 90.
    9 + 61 = 70 8 + 12 = 20 70 + 20 = 90
  6. Antwoord is 1256.
    500 + 500 = 1000 80 + 40 = 120 62 + 64 + 5 + 6 = 182 1000 + 120 + 137- 1 = 1256
  7. Antwoord is 20.
    9 – 8 = 1 1 + 9 = 10 10 + 10 = 20
  8. Antwoord is 230.
    50+ 50 +50 +50 = 200 5 + 5 = 10 6 + 6 = 12 12 + 8 = 20 200 + 10 + 20 = 230
  9. Antwoord is 496.
    523 – 23 = 500 500 – 100 = 400 400 + 98 = 498 – 2 = 496
  10. Antwoord is 191,2.
    956 : 5 = 191,2
  11. Antwoord is 0,87.
  12. Antwoord is 36000.
  13. Antwoord is 58.9.
  14. Antwoord is 10.
  15. Antwoord is 54.
    88 + 2 = 100 + 10 = 110 + 9 = 119 – 55 = 54