arrow_drop_up arrow_drop_down

Slagen voor de taaltoets pabo

De taaltoets pabo is een van de moeilijkste toetsen die je moet halen als eerstejaars pabo student. Het is een onderdeel van de kennisbasis voor de vakken van de pabo. Je moet dus voldoende vaardig zijn met taal om de vakken van de pabo uberhaupt te kunnen volgen.

Inhoudsopgave

Wat zijn de regels die gelden voor de taaltoets pabo

Er zijn bepaalde eisen op het gebied van taalvaardigheid die worden gesteld aan studenten van de HBO opleiding leraar basisonderwijs, de pabo dus. Er wordt van pabo-studenten verwacht dat ze op niveau 3F zitten. Dit betekent officieel dat je voldoende taalvaardige kennis moet bezitten als iemand die van de vooropleiding voor de pabo komt – iemand de middelbare school dus heeft afgelegd.

Officieel zou je, nadat je de middelbare school hebt gevolgd, dus zonder meer de taaltoets moeten kunnen maken. In de praktijk blijkt dat nog al eens anders te liggen. Een groot deel van de pabo-studenten zit niet op een hoog genoeg niveau om de taaltoets in één keer te kunnen halen. Vooral instromers vanaf het MBO hebben vaak moeite om voor deze toets te slagen, en de meeste mensen die afvallen op de taaltoets zijn dan ook MBO-ers. Zeker voor deze groep is het erg aan te raden om van tevoren weer even flink te gaan oefenen.

Een andere toets die pabo-studenten moeten afleggen is de verplichte rekentoets. Hierbij wordt gekeken of de studenten voldoen aan normen die wettelijk zijn vastgelegd.


Waarom is het zo belangrijk dat je taalvaardigheid goed is

Als leraar basisonderwijs ga je lesgeven aan kinderen die nog niet optimaal kunnen spellen, en nog niet op de hoogte zijn van de juiste grammaticaregels. Het is daarom van belang dat de taalvaardigheid van jou, als hun leraar, goed genoeg is om hen van de taalregels op de hoogte te brengen en hen te kunnen corrigeren. Daarbij is het van belang dat je tijdens klassikale lessen direct het goede antwoord kunt op een taalvraag geven, en niet hoeft te twijfelen over of een woord of zin wel correct is. Kinderen in de basisschool leeftijd zijn op een leeftijd waarop ze nieuwe informatie heel snel kunnen vastleggen, en deze kennis gebruiken als basis voor hun verdere leerproces, tot aan hun volwassenheid. Als ze op dit moment foutieve informatie aanleren kan dat een struikelblok vormen tijdens de rest van hun schooljaren. Daarom is het belangrijk dat basisschoolleraren een voldoende goede  taalbeheersing hebben. De eisen van de taaltoets pabo zijn er ook hoger dan veel pabo-studenten denken.

Veel studenten onderschatten de taaltoets pabo

Pabo-studenten onderschatten de taaltoets pabo vaak. Als je net geslaagd bent voor de middelbare school, dan voel je je waarschijnlijk erg slim. En denk je waarschijnlijk dat je Nederlands sowieso wel goed genoeg beheerst om op de basisschool les te geven. Dit is een bekende foto die helaas door veel pabostudenten gemaakt wordt. Als je er pas tijdens de toets zelf achterkomt dat je spellingsvaardigheid en je kennis over grammatica lager is dan je dacht, of in de loop van de jaren flink is weggeëbd, dan heb je een probleem. Jaarlijks zakt één op de vier pabo-studenten voor de taaltoets. Met extra oefening, het doen van oefentoetsen of het volgen van een bijspijkercursus hadden ze zichzelf dit kunnen besparen. Het niet slagen voor de taaltoets kan ertoe leiden dat je je opleiding moet afbreken. Laat je dit niet overkomen en ga op tijd kijken of jij aan de eisen van de taaltoets pabo voldoet!

 

Hoe ziet de taaltoets pabo eruit

Tijdens de toets maak je in totaal 150 opgaven. Die zijn onderverdeeld in een aantal categorieën om jouw vaardigheden op alle punten te testen.

Spelling

Eerst krijg je 50 opgaven waarbij je de juiste spelling moet toepassen.

  • Je moet eerst de vervoegingen van 30 werkwoorden invullen. Je krijgt telkens het hele werkwoord te zien, en jij moet de juiste vervoeging daarvan opgeven.
  • Daarna moet je het zelfde doen met 20 naamwoorden.

Formuleren

Het volgende onderdeel is formuleren. Je krijgt 40 opgaven, waarbij je telkens moet aangeven of een bepaalde zin klopt of niet. Hierbij krijg je te maken met zinnen waarin verschillende soorten fouten staan. Kijk goed naar:

  • de juiste woordkeuze;
  • of er contaminaties (incorrecte samenvoegingen van gezegdes) aanwezig zijn;
  • let op zinnen met een verkeerde woordvolgorde;
  • en op zinnen met een verkeerde vervoeging van werkwoorden of naamwoorden.

Interpuntie

Je krijgt hierna 20 opgaven over interpunctie, het juiste gebruik van leestekens. En wordt hier gekeken of je het juiste gebruik van punten, komma’s, aanhalingstekens, dubbele punten, komma’s, uitroeptekens, vraagtekens, gedachtestreepjes en haken begrijpt. Er wordt je telkens gevraagd of een bepaalde zin klopt, of welk taalteken je in een zin moet gebruiken.

Grammatica

De laatste 40 opgaven van de taaltoets pabo gaan over grammatica.

  • Er wordt je gevraagd om eerst 20 zinnen op een taalkundige manier ontleden. Hierbij moet je van elk woord aangeven wat voor soort woord is. Bijvoorbeeld een werkwoord, zelfstandig naamwoord, voornaamwoord, telwoord, voorzetsel, bijwoord, lidwoord en bijvoeglijk naamwoord.
  • Daarna moet je 20 zinnen op een andere manier ontleden, namelijk redekundig. Hierbij bepaal je de woorden in een zin in op basis van hun functie in de zin. Je benoemt bijvoorbeeld het onderwerp, de persoonsvorm, het gezegde, het lijdend of meewerkend voorwerp en de bijvoeglijke of bijwoordelijke bepaling.

De hele Pabo toets bestaat uit 150 opgaven. Om te slagen voor deze toets moet je minstens 113 van de opgaven goed hebben. Dat is driekwart van alle opgaven, en dus een flinke uitdaging voor de meeste deelnemers.


Je taalvaardigheid snel verhogen doe je zo

De beste manier om je voor te bereiden op de taaltoets pabo is door aan het leren en oefenen te slaan. Leer de theorie achter spelling en grammatica. Als je geen natuurlijk taalwonder bent, dan zal je waarschijnlijk vaak gebruik maken van ezelsbruggetjes en regels om woorden goed te vervoegen. De ontleding van zinnen is voor de meeste mensen iets dat ze in de dagelijkse praktijk nauwelijks doen, en dit onderdeel is dan waarschijnlijk ook bij jou weggezakt. Taal is gelukkig gebonden aan regels. Je kunt dus door de regels voor taal opnieuw te bekijken en waar mogelijk uit je hoofd te leren, een hele sterke grip krijgen op het toetsmateriaal van de taaltoets pabo.

Er zijn verschillende mogelijkheden om je kennis effectief bij te spijkeren. Je kunt natuurlijk in de bibliotheek lesboeken voor het basisonderwijs zelf lenen, en daaruit de belangrijkste taalregels opnieuw in je opnemen. Nog beter is het om boeken geschreven voor pabo-studenten te kopen of te lenen. Die behandelen dezelfde regels, maar in een tempo en op een niveau dat beter bij jou als volwassene aansluit. Door deze boeken goed door te lezen, de oefenopgaven te maken, en jezelf te overhoren aan het eind van elk hoofdstuk, kan je het niveau van je kennis heel snel op peil brengen.

Waar kan je cursussen vinden om te oefenen voor de taaltoets pabo

Tijdens je pabo-opleiding krijg je geen vakken die bedoeld zijn om jouw taalvaardigheid (of je rekenvaardigheid) op een hoger niveau te brengen. Op de pabo leer je om les te geven: de kennis die je nodig hebt voor de taaltoets pabo en de rekentoets word je verondersteld al te bezitten. Ga er dus niet vanuit dat je op de pabo zelf hier training in krijgt. Er zijn wel pabo’s die in de zomervakantie vóór het eerste leerjaar bijspijkercursussen geven, waarbij de deelnemende studenten hun taalvaardigheid naar het gewenste niveau kunnen brengen. Vaak kosten deze cursussen extra geld, en bovendien zit je met een beetje pech de halve zomervakantie in een leslokaal.

Een betere optie is als je denkt dat jouw taalvaardigheid niet goed genoeg is om leerboeken aan te schaffen. Het beste zijn leerboeken waarin behalve theorie ook oefeningen staan die lijken op de oefentoets van de pabo. Zo krijg je alle belangrijke taalkundige regels voor het basisonderwijs weer eens te zien. En de oefeningen kunnen je helpen om te testen of je die regels goed beheerst. Problematisch kan dan wel zijn dat je op eigen houtje aan de slag moet. Vooral mensen die kampen met disciplineproblemen kunnen het een zware dobber vinden om zelf in de vakantie deze boeken door te werken.

Een alternatief is het volgen van een e-learning cursus. Deze cursussen zijn vaak betaalbaar en hebben bovendien een goede ondersteuning als je ergens niet uitkomt. Je kunt bij deze cursussen vaak instellen hoeveel lessen en hoeveel oefeningen je per week maakt, zodat je niet overvraagd wordt, en op de juiste tijd het juiste niveau hebt bereikt. Zo’n e-learning cursus heeft vaak in grote lijnen ongeveer dezelfde inhoud als een boek. Maar je vindt er veel meer oefenopgaven in terug, die gebaseerd zijn op de actuele opgaven die je in de taaltoets pabo zult tegenkomen. Dat maakt een  e-learning cursus een uitstekende voorbereiding op de toets tijdens je eerste jaar van je opleiding.

Welke taaltoetsen leg je af als pabo-student

Er zijn wettelijke verplichtingen om als student een paboopleiding te mogen volgen. Je reken- en taalvaardigheid moeten op een voldoende niveau zitten. Je wordt hierop getest door je onderwijsinstituut, zowel aan het begin van je opleiding als aan het eind van je opleiding.

In het eerste jaar van je opleiding krijg je de zogenaamde WISCAT-pabo. Dit is een landelijke entreetoets, die meestal zwaar meetelt voor het bindend studieadvies dat je aan het einde van de eerste jaar van je opleiding krijgt. Officieel dien je deze toets met goed gevolg af te leggen aan een begin van je eerste jaar, maar bij sommige hogescholen leg je hem ergens gedurende het eerste jaar af. Aan het einde van de eerste jaar moet je voor deze toets geslaagd zijn. Het zakken op deze toets zorgt ervoor dat je automatisch een negatief bindend studieadvies krijgt en dus met je opleiding moet stoppen.

Ook aan het einde van je opleiding krijg je toetsen op het gebied van taal en rekenen. Deze toetsen testen je kennisbasis, het niveau van de kennis over over taal en rekenen waarover jij beschikt. Je moet een kennisbasis van voldoende kwaliteit bezitten om je toekomstige leerlingen op voldoende niveau onderwijs te kunnen geven. Tijdens deze eindtoetsen krijg je ook weer opgaven op het gebied van taal en rekenen. Voor allebei de toetsen moet je slagen om je pabodiploma te kunnen halen.

Veranderende regelgeving op het gebied van de taaltoets pabo

Sinds het schooljaar 2016-2017 mogen pabo’s zelf kiezen of ze een taaltoets geven in het eerste jaar van de opleiding. Ze zijn niet meer verplicht om het resultaat van de taaltoets pabo te koppelen aan een bindend studieadvies. In de praktijk doen de meeste hogescholen dit wel. Sommige hanteren een andere taaltoets dan degene die door de overheid is ontwikkeld. En het is nog steeds noodzakelijk dat je aan het eind van je opleiding de juiste kennisbasis hebt om je pabodiploma te kunnen halen.

 


Wat moet je weten om de pabo taaltoets te kunnen halen

Hoe haal je de taaltoets pabo? In grote lijnen moet jij een goede kennis hebben van hoe je spelling en grammatica in de praktijk toepast. Tijdens de test heb je in ieder geval de volgende vaardigheden nodig.

  • Grammatica: je moet de juiste opbouw van een bepaalde zin kunnen aangeven, net als fouten daarin?
  • Spelling: je moet woorden goed kunnen spellen, woorden kunnen vervoegen en de juiste woorden in combinatie met elkaar te kunnen gebruiken.
  • Woordgebruik en zinsbouw: je moet weten welke woorden je gebruikt om een bepaalde boodschap in een zin goed over te brengen.
  • Uitdrukkingen en contaminaties: ook belangrijk is het juiste gebruik van uitdrukkingen, en het kunnen herkennen van verkeerd samengestelde uitdrukkingen (contaminaties).
  • Interpunctie: een goede kennis van interpunctie (het juiste en doeltreffende gebruik van leestekens)
  • Zinsontleding: dat je de verschillende onderdelen van een zin juist kunt benoemen. Zowel op woordsoort, als redekundig – het kunnen benoemen van de functie van een bepaald woord in een zin.

 

Download de GRATIS oefentoets!