Page content

Delen

Wat gaan we behandelen?

      1. Delen uitleg
      2. Delen tips
      3. Delen Oefeningen
      4. Antwoorden

    Hoe moet je delen?

    Delen uitleg

    Delen is het tegenovergestelde van vermenigvuldigen. Bij het delen wil je de geheel delen door een deel. Je ziet 40 schoenen en je vraagt je af hoeveel paar schoenen dat zijn. Je weet al dat dat een paar 2 is. Je hebt dus 40 schoenen en je moet aantal paar weten, dan doe je 40 : 2 = 20 paar schoenen. Met delen kun je achterhalen hoe vaak iets ergens in past. Je hebt bijvoorbeeld een lift en de lift kan maar 210 kilo verdragen en je weet een persoon weegt gemiddeld 70 kilo. Dan weet je dat je 210 moet delen door 70 kilo. 210 : 70 = 30 personen. Nu weet je dat een lift 30 personen kan verdragen.

    Als je gaat delen is het van belang dat je van links naar rechts werkt. Bij het vermenigvuldigen is het zo dat de volgorde niet uit maakt, nou bij delen dus wel. Als je achterstevoren werkt of je wilt eerst de rechter deel uitreken en dan pas de linker deel, dan zal je antwoord zeker fout zijn.

    Voorbeeld 10 : 2 : 5 =

    2 : 5 = 0.4

    10 : 0.4 = 25

    Antwoord is 25 en dat is fout want het moet 1 zijn want,

    10 : 2 = 5

    5 : 5 = 1

    Als je met verhaalsommen werkt , bijvoorbeeld :Jan wilt weten hoeveel eieren er overblijven als je er 24 hebt en je hebt maar 2 eierendozen, kan het zijn dat je met resten werkt. Rest is wat er ver blijft. Je weet dat er in een eierendoos 10 eieren passen en als je er 2 hebt twee keer 10 eieren dus 20 eieren.

    24 : 10 = 2 rest 4 eieren

    Als je met resten werkt, werk je niet met komma getallen. Resten en kommagetallen moet je niet door elkaar halen. Met resten geef je aan wat er overgebleven van de hele getallen. Dan zet je ook meestal eenheden achter. In dit geval was het de eieren.
    Resten en kommagetallen, ook weleens  decimale getallen genoemd,  kun je omzetten in een breuk.

    24 : 10 = 2.4

    2, 4 = twee komma  vier tiende / 2 4/10

    Als je gaat delen met grote getallen dan kun je het beste staartdelen. Staartdelen is herhaald aftrekken. Je blijft delingen maken en die trek je herhaald eraf totdat je het antwoord krijgt. Dit kun je vergelijken met in klemmen. Bij inklemmen blijf je vermenigvuldigingen maken tot dat je in de buurt komt van de juiste antwoord van de formule.
    Je hebt twee manieren om een staartdeling te doen. Je hebt de ouderwetse manier en de moderne manier. Tegenwoordig wordt er iedereen de moderne manier geleerd.

    8560 : 5 =

    8560 : 5
      500 –  x 100
    8060
    __60 – x 12
    8000
    8000 – x 1600
    0 _______+
                    1712

    Stap 1: Het getal die je moet delen zet je boven aan. Links daarvan zet je het getal waarmee je gaat delen.

    Stap 2 : Je gaat kijken hoe vaak de 5 in 60 of 500 of 8000 past. Zoals je hierboven ziet past de 5 100 keer in de 500. De linkerkant geeft aan hoe vaak 5 er in past.

    Stap 3: Je haalt de 500 van de 8560 af. Zodat je weet wat er over blijft.

    Stap 4 : Je gaat nu nogmaals kijken hoe vaak de 5 in de over gebleven cijfer combinatie zit. De 8000 en de 60. Zoals je ziet past de 5 12 keer in de 60. Je haalt de 60 er af zodat de 8000 overblijft.

    Stap 5 : Je gaat nu kijken hoe vaak de 5 in de 8000 past. Zoals je ziet past de 5 1600 keer in de 8000. De 1600 geef je aan de linker kant aan.

    Stap 6: De laatste stap is dat je je de linker kant gaat optellen. Als je de linker kant optelt komt er, zoals je hierboven ziet, 1712 uit. Dit geeft aan dat de 5 1712 keer in de 8560 past. 8560 : 5 = 1712.

    Om het te controleren kun je de 5 vermenigvuldigen met 1712.

    5 x 1712 = 8560

     

    Delen tips

    Controleer je uitkomst

    Controleer je uitkomst altijd door achterstevoren te vermenigvuldigen. Zo voorkom je dat je schoonheidsfoutjes maakt.

    Gebruik altijd de staartdelingen

    Gebruik altijd de staartdelingen, want dat weet je in ieder geval dat je op de goeie weg zit. Met een staartdeling kun je sneller zien waar je mee bezig bent en wat je overhoudt.

     

    Delen

    Delen Oefeningen

        1. 55 : 5 =
        2. 8596 : 3 =
        3. 50 : 500 =
        4. 22 : 2 =
        5. 63259 : 3 =
        6. 568 : 4 =
        7. 2 : 1 =
        8. 6663 : 1 =
        9. 88 : 11 =
        10. 7741 : 100 =

     

    Antwoorden

        1. Antwoord is 11.
        2. Antwoord is 2865,3.
        3. Antwoord is 0,1.
        4. Antwoord is 11.
        5. Antwoord is 21086.3
        6. Antwoord is 142.
        7. Antwoord is 2
        8. Antwoord is 6663.
        9. Antwoord is 8.
        10. Antwoord is 77,41.